Bron:
Elle
Flirten
per e-mail
Marie Homburg: 'Ha, je hebt e-mail!' riep de man die mijn
man moest worden, toen ik hem, anderhalf uur na onze kennismaking,
mijn visitekaartje gaf. We namen afscheid, ik had haast.
Pas later drong het tot me door hoe blij hij klonk. En dat
hij gezegd had dat hij zou mailen. Maar wacht, klonk dat
niet als 'ik bel je nog wel'? Twijfels dus. En zenuwen.
Wat vrienden ook beweerden over de 'makkelijke' e-mail,
ik vond die net zo eng als de telefoon. Ik wachtte bij de
computer, alsof die kon rinkelen. Ik werkte niet, ik checkte
mijn mail. Om het kwartier. Drie dagen na onze ontmoeting
had ik bericht. Drie regels, toch kreeg ik vlinders in mijn
buik. Woord voor woord werd gecheckt op een 'mogelijk romantisch
gehalte.' Dat er niet in zat. Of wel. Of niet.
Een
maand is er heen en weer gemaild, zonder een date in het
vooruitzicht. We stuurden elkaar verhaaltjes, deden verslag
van onze dag. Maar de berichten werden steeds langer. Steeds
liever. En flirterig. 'Beste' als aanhef werd 'dear' en
tenslotte 'lieve'. De 'groeten' werden 'liefs' en 'tot ziens',
zelfs 'tot gauw'. Net toen ik dacht dat ik een boek kon
schrijven over subtiel flirten over de e-mail, stelde hij
een diner voor. De volgende avond al. En sinds die avond
zijn we bij elkaar. Waarom heeft hij zo lang gewacht, vroeg
ik hem onlangs. Omdat het zo spannend was: naar mij verlangen
('dat las je toch in mijn mails?!'), hopen dat ik naar hem
verlangde ('je bleef wel dubbelzinnig') en wachten op mijn
volgende mail ('omdat ik wist dat die zou komen!').
Flirten
met collega’s
Hanna van der Meer: 'Thom en ik ontmoetten elkaar op een
congres. Een blik was genoeg: de man van mijn leven. Maar
ik had al een man en ik wilde geen ander. Wat te doen? Mateloos
flirten, natuurlijk. Thom, zelf ook gebonden, deed mee.
Nooit opdringerig en zeker zonder seksuele bijbedoelingen.
We keken elkaar lang aan tijdens vergaderingen, ik liep
aan zijn arm het restaurant in en ‘s ochtends belde hij
me wakker op mijn hotelkamer. Binnen een paar dagen was
hij vertrouwd: een dierbare. We kennen elkaar nu vijf jaar
en zien elkaar om de vier maanden voor ons werk. In de tussentijd
is er amper contact. Maar als ik hem weer zie, staat daar
mijn Prince Charming.
De
man die ik in een ander leven had kunnen hebben. Een leven
waar ik niet naar verlang, waar ik zelfs niet over dagdroom.
Het is meer het gevoel dat geluk altijd voor me weggelegd
is. We vinden elkaar aantrekkelijk, slim en waarderen elkaar
als vakgenoten. Maar er is meer en dat weten we allebei.
Nooit hebben we erover gepraat en hoe romantisch sommige
momenten ook waren, ze leidden niet tot een zoen. Dat is
juist het mooie ervan: dat er verlangen is, zonder complicaties.
Stilzwijgend genieten we ervan. Misschien hebben we de best
mogelijke relatie: een flirt die blijft boeien, die nooit
over is.'
Flirten
in de auto
Ara Lenting: 'Het begon bij de slagboom van een parkeerterrein
in Bloemendaal. Rozig van een avond op het strand wachtte
ik af of de auto aan de overkant me voorrang zou geven.
Ik keek en keek, licht verveeld. Tot ik zag wie achter het
stuur zat: een blonde, knappe, vlotte, wilde jongen. Handgebaren,
twinkeling eyes, lachjes: ik kreeg voorrang. En een 'achtervolger'.
Tot Halfweg haalden we elkaar in, met scheurende banden,
met knipperlichtjes, met stoere manoeuvres. Ik genoot als
een blij kind. Helaas sloeg hij bij Halfweg af en moest
ik door naar Amsterdam.
Maar geen nood, ik noteerde zijn nummerbord. Eenmaal thuis,
was ik echt in de stemming voor een romance. Ach, dacht
ik, ik zet gewoon een advertentie! ‘Lost you on the highway’,
stond erboven en de boodschap was 'zet je knipperlichten
aan!' Met
het schaamrood op de kaken belde ik die door naar de krant
en kreeg een 06-nummer voor de reacties. Een week later,
op een zondag, ging de telefoon. Ik nam op, hoorde de inspreekboodschap
van het 06-nummer en raakte in paniek. Stel dat het iemand
anders was, een griezel. Of de baas van het bedrijf dat
op de auto stond. Stel dat, stel dat. Ik legde neer. En
dat bleef ik doen, bij alle telefoontjes die nog kwamen.
Spijt? Een beetje wel. Mijn zussen en vriendinnen roepen
nog steeds: sukkel, je bent hem echt op de snelweg kwijtgeraakt!'