|
Je
hoeft niet altijd te wachten met eten totdat iedereen is voorzien,
het gaat hier om de gevallen dat er een warme gang geserveerd
wordt. Indien er een koude gang geserveerd wordt dient men
te wachten totdat de gastheer aangeeft dat er gegeten mag
worden, of de "eregast" begint met dineren. Wat
mag je met je handen eten:
-
Brood, eventueel in kleine stukken breken en dan eventueel
met boter besmeren.
- Bacon, als er vet aan zit met mes en vork, indien het krokant
is kan het met een vork in kleine stukjes worden geprakt en
vervolgens met de hand gegeten worden.
- Hapjes, als ze worden geserveerd op een schaal eerst op
het bord leggen en dan in de mond.
- Etenswaren die bestemd zijn om met de hand gegeten te worden,
zoals mais, spareribs, kreeft, oesters, kippevleugels of poten,
sandwiches, fruit, olijven, selderij en koekjes.
Uit
welke glazen wordt wat gedronken:
Wijnkenners zijn het er over eens dat ieder type wijn zijn
eigen glas behoeft.
Dit om de specifieke smaak nog beter naar voren te brengen.
(v.l.n.r.)
Water, Brandy, Witte wijn, Pinor Noir, Burgundy, Champagne,
Rode wijn.
Wat
hoort in je rechter- en linkerhand:
Rechts:
soeplepel, gebaksvorkje, theelepel, oestervork, kreeftenhaak,
de sorbetlepel en alle messen inclusief vis-, boter- en kassmes.
Links:
vork en slakkentang
Oneetbare
dingen uit je mond verwijderen:
- Pitten, eerst in de hand laten vallen en vervolgens op het
bord leggen.
- Kippe-botten, gebrui de vork om het terug op het bord te
leggen.
- Graat, met de handen uit de mond verwijderen.
- Grotere stukken of voedsel dat niet smaakt, in een servet
uitspugen en uit het zicht op tafel leggen.
Hoe eet je kreeft?
1. Bind een servet voor (dat mag alleen met kreeft).
2. Pak de romp met je linkerhand vast, de straart in de rehter.
4. Snij de onderkant van de staart overlangs op en haal het
vlees eruit.
5. Breek de poten met de hand, of een kreeftentang, en zuig
het vlees eruit.
No Done:
-
Gebruikt bestek op het tafelkleed leggen. De enige juiste
plek is op de rand van je bord.
- Tanden stoken aan tafel. ok niet achter je servet.
- Met je vingers op tafel trommelen of met het bestek spelen.
- Je servet ongebruikt laten omdat het zo mooi gevouwen is.
- Je GSM gebruiken
- Pal naast de gastheer of -vrouw gaan zitten. Dit zijn ereplaatsen
voor eregasten.
- Zeggen: "Ik zit vol" als je nog iets wordt aangeboden.
Beter is: "Nee dank u, het was heerlijk."
- Het digestief (afzakkertje) in een teug leeg drinken. Hoe
klein het ook is, neem kleine slokjes.
- Je helemaal over tafel buigen of voor iemand langs reiken
om bij het zoutvaatje te kunnen.Z
- Je benen uitstrekken onder tafel
- Stukje kruk met je vingers uit je glas peuteren.
- Wijzen met je bestek
- Gapen (zeker niet als gastheer of -vrouw)
- Zelf gaan stapelen (de nachtmerrie van elke ober)
|