|
Er
bestaan heel wat uitdrukking waarin wij "the Dutch"voorkomen.
Of dat altijd iets is om trots op te zijn is een tweede
Dutch
Angel. 'Nederlandse invalshoek'. In de filmwereld: een shot
waarbij de camera onder een hoek wordt gezet om het beeld te vervormen
of de kijker te desorienteren.
Dutch Buttocked. 'Nederlands bebild'. Vroeger gezegd van
Hollands runsvee, met dikke achterwerken. Tegenwoordig ook van toepassing
op de peervormige romp van Nederlandse vrouwen, veroorzaakt door
te veel verse zuivel en te veel fietsen.
Dutch Auction. 'Nederlandse veiling'. Een veiling die achteruit
werkt: de prijs wordt net zolang verlaagd tot de eerste koper zich
meldt. Heet in Nederland 'Chinese veiling'.
Dutch Bargain. 'Nederlands koopje'. Een transactie die tijdens
een drinkgelag tot stand is gekomen.
Beat the Dutch. 'De Nederlanders verslaan'. Iets buitengewoons,
iets verbazingwekkends verrichten, tegen de verwachting in. Dutch
Built. 'Op z'n Nederlands gemaakt'. Van oorsprong term voor Hollandse
platbodems, nu ook: een lange slungelachtige man of een 'Dutch Buttocked'
vrouw (zie aldaar).
Dutch Consolation. 'Nederlandse troost'. De levenshouding
die neerkomt op: 'Wat er ook gebeurt, er is altijd wel iemand die
er erger aan toe is'.
Dutch Courage. 'Nederlandse moed'. Dronkemansmoed.
Do a Dutch. Ontsnappen, deserteren, zelfmoord plegen. Double
Dutch. 'Dubbel Nederlands'. Koeterwaals.
Dutch Feast. 'Nederlands feest'. Als de gastheer eerder dronken
is dan zijn gasten.
Dutch Gleek. 'Nederlands grapje'. Stevig of onregelmatig
pimpelen. Dutching. In de Volkskrant, juli 1990, geciteerd als betekenend:
het met gammastraling weer verkoopbaar maken van bedorven voedsel.
To Dutch it. 'Iets vernederlandsen'. Bedriegen.
Dutchman. In de bouw, enzovoort. Iets wat wordt aangebracht
uitsluitend om een (constructie-)fout te verbergen.
Go Dutch. Als in gezelschap ieder zijn eigen rekening betaalt.
I'm a Dutchman. 'Ik ben een Nederlander'. Uiting van ongeloof:
'Je dacht toch niet dat ik gek was?'
In Dutch. Uit de gratie, in moeilijkheden.
Dutch Lottery. Een loterij met daarin verschillende series
loten die kans bieden op verschillende soorten prijzen. De prijs
van het lot correspondeert met de waarde van de prijzen.
Dutch Metal. Dun uitgewalste platen metaal die als imitatiebladgoud
gebruikt worden. Ook bekend als 'Dutch Gold' (goud), 'Dutch Foil'
(folie), 'Dutch Leaf' (blad).
Dutch Nightingale. 'Nederlandse nachtegaal'. Kikker.
Dutch Oven. 'Nederlandse oven'. Iemands mond.
To Dutch. Gokken en wedden volgens een verkeerd systeem,
zodat verliezen van tevoren al bijna vaststaat.
Dutch Reckoning. 'Nederlandse (be)rekening'. Giswerk.
Dutch Treat. "Nederlandse traktatie'. Een feest of uitstapje
waarbij ieder voor zich moet betalen.
Dutch Uncle. 'Nederlandse oom'. Een felle criticus, zedenpreker.
 
Bron: Undutchables
C. White, L. Boucke, H. Schipper
|