|
Reisverhaal
cultuurvakantie in Uttar Pradesh (India)
Door:
Josine van der Wal
Donderdag
14 okt.
Het
is bijna middernacht als ik m'n stramme ledematen, zo goed en
zo kwaad als dat gaat, uitstrek op m'n krappe zitplaats. We
hebben tien uur vliegen achter de rug, toch nog best een opgave!
Ik kijk uit 't raampje en ben gefascineerd door al die duizenden
lichtjes van de stad Delhi onder ons. Een scherm voor in het
vliegtuig laat zien dat het buiten 22° C is. Het ultieme vakantiegevoel
maakt zich van mij meester en plotseling wil ik nog maar één
ding: dit vliegtuig uit en op zoek naar het verre onbekende!
Een kleffe hitte valt op ons zodra we de aankomsthal binnenkomen.
We krijgen bruine papiertjes in handen gedrukt door een vreselijk
nors kijkende Indiër. We vullen onze gegevens hierop in en hebben
hierna tijd om om ons heen te kijken. Donkere, dreigend uitziende
geuniformeerde Indiërs bewaken de chaos, vrouwen in kleurige
sari's zitten op de grond, starende mensen, en vooral warm.
In
de volgende hal bevindt zich een enorme verzameling koffers
op de grond. Het is de bedoeling dat iedereen zijn of haar koffer
hiertussen vindt, zónder wanhopig te worden. Dit lukt me ternauwernood,
daar het me meer dan tien minuten kost om die van mij te vinden
in het feestgedruis. Ik wissel hier m'n travellercheques in
en ben nu een enorme stapel viezige rupees rijker. Douwe houdt
inmiddels een redevoering over het feit dat we straks de wijde,
gevaarlijke wereld van Delhi binnenstappen; dit betekent hangsloten
op je rugtas, deze vervolgens niet traditiegetrouw op de rug,
maar op de buik dragen en bij de groep blijven. Ik kan er niks
aan doen, maar dit klinkt fantastisch.
Bij de uitgang worden we verwelkomd door vele Indiërs die reikhalzend
naar ons (?) uitkijken. Douwe loopt vooruit om tussen al die
tulbanden onze gids op te zoeken. Hij hoeft niet lang te zoeken,
het felgekleurde bord van Beter-uit is al snel te zien. Iedereen
geeft de man een hand ("noem me maar Pammy"), waarna hij ons
naar buiten loodst. Daar aangekomen dringt een zeer aparte lucht
door in onze neusgaten. Het blijkt een mengsel te zijn van smog
en allerhande uitwerpselen. De smog zie je trouwens gewoon echt
hangen. Ik weet niet wat me overkomt; dit is echt een totaal
andere wereld. Onze bus staat klaar, en de koffers worden erin
getild. Eenmaal in de bus overkomt me iets erg leuks; iedereen
zingt uit volle borst 'er is er één jarig', ter ere van mijn
negentiende verjaardag. Het is erg, maar dat was ik haast vergeten…
Param Jeet, onze gids, doet er nog een schepje bovenop door
een speech af te steken.
We maken al snel kennis met het Indiase leven; af en toe weigert
de elektriciteit dienst en is het vervolgens stik-donker in
de bus. Dit zorgt voor veel hilariteit, de stemming zit er al
goed in bij iedereen. Param Jeet wijdt ons vast in door uit
te leggen dat jij altijd degene bent die uit moet kijken in
het verkeer in India, want anderen doen dat namelijk niet voor
je. Fijn om te weten. Dit wordt realiteit als we -eenmaal op
weg- bijna van de weg geduwd worden door een mega-vrachtwagen,
luid toeterend en zoveel kabaal makend als maar mogelijk is.
Afgezien van de geluiden die van buiten tot ons doordringen,
is 't binnen in de bus ook nog een behoorlijke herrie. De bus
rammelt werkelijk overal waar maar mogelijk is, en bij elke
kuil in de weg -en dat zijn er niet weinig- is 't afwachten
of alles er nog op en aan zit. Na een half uurtje komen we aan
bij hotel Clarks Inn, waar we één nacht zullen slapen. Een prima
hotel, al is het even wennen aan de keiharde matrassen. Ook
zit er een zeer eigenaardig luchtje aan het beddegoed, maar
het is schoon, dus we mogen niet klagen. We komen erachter dat
de propellor die aan het plafond hangt alleen draait als het
licht aan is. (?) We maken een afweging tussen slapen met licht
aan of in de hitte, en kiezen voor het laatste. Tsja, we dachten
dus dat we als een blok in slaap zouden vallen, maar dat blijkt
nog niet mee te vallen. M'n hoofd is daas, en het is net of
ik nog in het vliegtuig zit. Hier komt nog bij dat het leven
zo te horen 's nachts gewoon doorgaat hier in Delhi. Dit betreft
niet alleen het straatleven; ook knagende geluiden op de kamer
houden me uit m'n slaap. Ik denk hier wijselijk maar niet verder
over na… Zo tegen 5.30 vallen we uiteindelijk toch in slaap
en ronken we gelukkig nog even tot de wekker ons wreed wekt
om 7.15.
Vervolg
reisverhaal India
|