|
Spreken
in het openbaar
Bijna iedereen die een presentatie moet geven
is gespannen alleen verschilt de mate waarin. Niet kunnen slapen,
buikpijn, trillende benen, klamme handen en zweet op je voorhoofd:
bekende symptomen bij spreken in het openbaar. Hoe zorg je voor
een goede presentatie en ondruk je je zenuwen?
- Zorg
dat je goed voorbereid bent
- probeer
je spreekangst te overwinnen
- let
op je houding en stem
- kleding
Voorbereiding
-
verwachtingen: weet wat het publiek van je verwacht; vraag
het eventueel aan het begin van je presentatie.
- doel:
wees je bewust van je doel. Wil je informeren, motiveren
of inspireren?
 |
|
Voorbereiding
|
- kennis:
realiseer je welke kennis al aanwezig is bij je toehoorders.
- wanneer:
de presentatie is. Als er net iets belangrijks in de actualiteit
is gebeurd kun je hierop inspringen tijdens je toespraak.
- waar:
zorg dat je weet waar je moet zijn en hoe je er komt, zodat
je op tijd bent.
- de
ruimte: weet welke mogelijkheden de ruimte je biedt, zodat
je weet welke hulpmiddelen je kunt gebruiken. Bedenk wat je verder
moet meenemen: bijvoorbeeld een verleng snoer.
- de
groep: Hoe groot is de groep? Pas het aantal stoelen, je plaats
en hulpmiddelen aan. Denk aan een flip-over, een overheadprojector,
een presentatie-programma of dia's.
- hulpmiddelen:
welke hulpmiddelen ga je gebruiken? Test van tevoren en ter
plaatse of ze werken.
- eerste
keer: heb je nooit eerder op een podium gestaan, oefen dan,
eventueel met spots op je gericht en een donkere zaal erachter.
Let bij presentaties van anderen hoe zij het doen.
- ken
het dagprogramma
- kopie
presentatie: geef
het publiek pas na afloop een kopie van uw presentatie, zodat
ze tijdens de presentatie niet worden afgeleid.
- Informatie:
verzamel informatie en leg invallen en ideeën vast .
Spreek
angst
Realiseer je dat je niet de enige bent die het eng vindt om in het
openbaar te spreken. Een
beetje spanning
levert een gezonde alertheid op, maar bij anderen is de angst zo
groot dat het verlammend werkt: de spreker staat letterlijk stijf
van de zenuwen.
Niemand
praat over die angst, terwijl het bespreekbaar maken van de plankenkoorts
juist de eerste stap is om er overheen te komen.
Bedenken dat je niet de enige bent, accepteren dat je moeite hebt
met spreken in het openbaar en weten waar de angst vandaan komt:
pas dan kun je er iets aan doen.
Zonder plankenkoorts iets presenteren is een kunst die je kunt leren:
- Oefening
baart kunst zolang je maar kritisch naar jezelf durft te kijken
- Een
goede voorbereiding is de eerste stap.
- Organisaties
schakelen steeds vaker trainingsbureaus in. Daar adviseert men
je vooraf te bedenken wat je wilt zeggen en aan wie.
-
Een duo-presentatie kan een goed hulpmiddel zijn bij het onder
controle krijgen van je angst. Je staat er dan letterlijk niet
meer alleen voor.
- Als
je snel trilt, werk dan niet met een aanwijsstokje. En wie zweethanden
heeft, moet voorzichtig zijn met papieren of sheets met inkt.
Spreken
algemeen
We vergeten vaak dat niet alleen hetgeen je zegt belangrijk
is, maar ook je houding is een belangrijk onderdeel van je succes.
Het gaat dus niet alleen om de woorden, maar ook om de manier waarop
je het brengt.
- Schrijf
de tekst eventueel volledig uit, maar leer hem niet letterlijk
uit je hoofd. Dat leidt tot verstarring: je zit vast en kunt niet
reageren op de mensen in de zaal.
- Wie
tijdens het praten moet nadenken over de inhoud heeft minder tijd
om bang te zijn. Denken werkt bovendien kalmerend.
- Als
je langzaam spreekt, kun je je op tekst, ademhaling en publiek
concentreren en heb je meer tijd om te denken.
- Ga
niet iemand imiteren. Zoek een eigen stijl, zowel in de voorbereiding
als inhoud.
- Pas
bewust pauzes toe en ratel niet alles achter elkaar af.
- Maak
alleen grapjes als je van jezelf weet dat je dat kunt.
- Let
op je taalgebruik.
- Val
nooit collega's of concurenten af.
- Zorg
dat je presentatie niet eentonige wordt door bijvoorbeeld bekenden
citaten te gebruiken.
- Lees
je teksten niet op.
- Zorg
voor interactie met de zaal, maak contact met je publiek, communiceer
met hen. Je wisselt dus iets uit in plaats van dat je hen passief
laat luisteren. Begin bijvoorbeeld met vragen wat ze van je verwachten
of stel tussen door vragen aan het publiek.
- Met
behulp van intonatie kun je accent en levendigheid in je verhaal
brengen. Het is juist de afwisseling van volume en toonhoogte
die de toespraak levendig houdt.
- Geef
de voorkeur aan geen papier. Is
papier toch nodig, schrijf dan een spiekblaadje van te voren op
een filp-over. Dat iedereen kan meelezen op je 'spiekblaadje',
helpt hen bij de concentratie op het onderwerp.
- Let
op de lichaamstaal van je publiek. Aan de manier waarop ze zitten,
kijken en bewegen, kun je een indruk krijgen van hoe jouw verhaal
bij hen over komt. Een belangrijke graadmeter is ook of hun houding
verandert gedurende jouw presentatie. Zo kun je bijvoorbeeld door
wisseling in stemvolume of door het maken van een humoristische
opmerking over hun houding de induttende mensen er weer bij halen.
Zo kun je bijvoorbeeld zien wie er op het punt staat om te reageren
en daar direct op inspelen.
- Wees
beschikbaar voor individuele vragen achteraf
De
ruimte en hulpmiddelen
- Kijk
hoe de loopmicrofoon werkt en hoe je dit vast maakt aan je kleding.
 |
|
Kleine
groep
|
- Een
kleine groep: zet de stoelen in een halve kring en neem zelf plaats
in het midden van het open deel van deze kring. Dit nodigt uit
tot actieve deelname.
- Bij
een groep tot zo'n 100 personen is het voldoende om zelf te staan
tijdens de voordracht, terwijl de anderen zitten. Bij een grotere
groep kun je beter vanuit een hogere positie spreken.
- Ga
altijd staan want een zittende spreker is snel saai.
- Zorg
bij de keuze van de plaats van waaruit je spreekt dat er zo min
mogelijk barricades zijn tussen jou en je publiek. Veel mensen
verkiezen een tafel voor zich, omdat dit hen steun geeft. Vrije
ruimte daarentegen duidt op openheid (eerlijkheid).
- Het
gebruik van de flip-over maakt je ook bewegelijk op een goede
manier. Van daaruit kun je op je publiek toelopen en weer terug
keren. Dit komt heel anders over dan het onrustige effect van
een spreker die voortdurend heen en weer loopt (te ijsberen).
- Maak
de keuze aan welke kant van het bord je gaat staan. Als je rechtshandig
bent, ga dan aan de (voor de kijkers) rechterkant van het bord
staan.
- Laat
indien mogelijk iets zien, horen en voelen dan blijft je toespraak
het beste hangen. Als de groep niet te groot is, heeft een flip-over
de voorkeur. Zorg bij het toespreken van een grote groep voor
een microfoon.
- Zorg
voor een glas water binnen handbereik
-
Houd sheets en dia's overzichtelijk (max. 8 regels)
Je
houding
Algemeen
- Ondersteunende
gebaren zijn goed maar let er wel op welke gebaren je maakt. Bijvoorbeeld
een in de richting van het publiek prikkende wijsvinger wordt
vaak gevoeld als een beschuldiging.
- Een
verkrampte houding en onrustige bewegingen kunnen de concentratie
van de luisteraar afleiden.
- Ga
niet ijsberen.
- Voorkom
dat je met je rug naar de toehoorders komt te staan.
Oogcontact
Door oogcontact te maken met de toehoorders, kun je een indruk
krijgen van hoe je over komt. Vergeet bij een grote groep niet af
en toe een blik naar boven (achteren) te werpen om ook de achterste
mensen erbij te betrekken. Op grote afstand weten de mensen niet
precies meer naar wie je kijkt. Als je echter hun richting opkijkt,
voelt iedereen zich aangesproken.

Handen
Het
veel en onrustig bewegen van de handen geeft niet alleen de gespannenheid
van de spreker weer, maar kan de luisteraars afleiden van het verhaal.
Let er ook op wat je met voorwerpen doet die je in je hand houdt.
Er zijn mensen die steeds hun bril op en af zetten, of voortdurend
hun pen indrukken.
Ook dit kan de luisteraars afleiden.
De handen langs het lichaam is meestal de beste houding want
deze nodigt het meest uit tot het maken van ondersteunende handbewegingen
en dit maakt de toespraak dynamisch. Het houten-klaas-effect dat
mensen vaak vrezen kan worden verminderd door de rest van je houding:
het hoofd opgericht en de schouders naar achteren.
Lees
hier hoe je overkomt als je je handen anders
houdt.
Kleding
-
Stem je kleding af op je doelgroep.
- Liever
iets te formeel, een das kun je altijd nog af doen.
- Trek
kleding aan waarin je je prettig voelt.
- Je
tenue mag nooit afleidend zijn.
- Lees
in etiquette alles over
formele en informele kleding
Bron:
www.lichaamstaal.com als je
dieper op dit onderwerp wilt ingaan.
Bis voor presenterend
Nederland is specialist in hulpmiddelen voor presentaties.
|